Julius II

De verschrikkelijke paus

Wie? Giuliano della Rovere, later Paus Julius II
Wanneer? Regeerperiode van 1503-1513
Bijzonderheden: had de bijnaam ‘de Verschrikkelijke’, maar gaf opdracht voor wereldberoemde kunstschatten

Oom paus Sixtus IV was niet vies van vriendjespolitiek; meteen na zijn aantreden benoemde hij zijn neefje Giuliano della Rovere tot kardinaal. Maar als opvolger had paus Sixtus een ander neefje voor ogen, Pietro  ̶  waarvan sommigen beweerden dat dit in werkelijkheid zijn eigen zoon was die hij bij zijn zus had verwekt. Het lot besliste echter anders: Pietro overleed plotseling en Giuliano zag de Heilige Stoel lonken. Er was echter één probleem: de andere kardinalen. Zij waren de heetgebakerde Giuliano meer dan beu. Het kostte hem na Sixtus’ dood nog 19 jaar om alsnog de pauselijke titel in de wacht te slepen. Niet omdat de andere kardinalen hem nu ineens wél pauswaardig achtten, maar omdat zij (loze) beloftes en geld ontvingen in ruil voor hun stem. Giuliano liet zichzelf omdopen tot paus Julius II, naar de grote generaal Julius Caesar.

Zwaard boven Bijbel
Op het moment dat Michelangelo een bronzen beeld vervaardigde van Julius, vroeg hij de paus of-ie met een boek in zijn hand wilde worden afgebeeld. ‘Waarom een boek? Beeld me maar af met een zwaard’, antwoordde Julius. Oorlogvoeren ging boven bidden, wat de paus betreft. Dat is niet heel gek: ten tijde van de renaissance was een paus niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldleider. Er heerste chaos in Italië en daarbuiten. Spanje en Frankrijk vormden een bedreiging, rivaliserende families streden om macht en Italiaanse mogendheden als Venetië, Milaan, Florence en Napels waren continu in conflict met elkaar en de Kerkelijke Staat. Dit maakte dat Julius liever op het slagveld te vinden was.

In een tijd van oorlog wilde Julius zich laten beschermen door de beste soldaten. Hij huurde hiervoor Zwitserse Garde in, die nog altijd Vaticaanstad en de paus beschermt.

Eeuwenoude propaganda
Hoewel Julius door zijn honger naar oorlog de bijnaam ‘il papa terribile’ kreeg, plukken Rome en het Vaticaan tot op de dag van vandaag de vruchten van zijn erfenis. Kunst gold als machtig propagandamiddel, dat wist hij maar al te goed. Onder hem bloeiden de kunsten enorm, waardoor hij tevens de boeken in is gegaan als ‘paus van de renaissance’.
Zo stond Julius aan de wieg van de Vaticaanse Musea door het oud-Griekse beeld de Laocoöngroep, gevonden in een wijngaard in 1506, voor publiek tentoon te stellen. Om de grandeur van Rome te onderstrepen, en daarmee zijn eigen status te vergoten, moest de vervallen Sint Pieter herbouwd worden. Hij schakelde de architect Donato Bramante in, die door dit project de bijnaam ‘Ruinante’ (sloper) kreeg. Geen antiek gebouw was veilig voor hem; hij roofde stenen en marmer uit de oud-Romeinse ruïnes om een enorme basiliek te kunnen bouwen. Overigens zijn de ideeën van Bramante nooit uitgevoerd, omdat zijn plannen door Julius’ opvolgers van tafel werden geveegd. Andere projecten van Julius trekken jaarlijks echter nog miljoenen toeristen.

De voeten van de paus waren aangetast door syfilis en mochten dan ook niet gekust worden.

Verhuizing
Een van die grote trekpleisters is Julius’ voormalige appartement. De driftige paus had een bloedhekel aan zijn voorganger Alexander VI van de Borgia-familie, die eveneens niet bepaald een goede naam had. Alexander stond bekend als een corrupte paus, die dol was op wilde feesten én zijn eigen dochter; waarbij hij een kind zou hebben verwerkt. Julius weigerde ook maar één voet te zetten in de pauselijke appartementen die Alexander rijkelijk had laten versieren (beter bekend als de Borgia-vertrekken). Hij verhuisde naar een etage hoger en liet deze volledig renoveren naar zijn smaak. Hiervoor nam Julius de toen nog onbekende 26-jarige schilder Rafaël in de arm, die vier kamers onder zijn hoede zou nemen. Alleen de Zaal van Heliodorus (waarin de paus is afgebeeld) en de Zaal van het Dispuut (waarin Da Vinci en Michelangelo als Griekse geleerden te zien zijn) zijn echter van Rafaëls hand. Zijn leerlingen namen na zijn vroegtijdig overlijden het werk over. Ondanks dat de schilder zijn werk niet zelf heeft kunnen voltooien, zijn de Kamers van Rafaël een van de grootste blikvangers van Vaticaanstad vandaag.

De eik is het symbool van Julius’ familie (‘rovere’ betekent ‘wintereik’ in het Italiaans). Als je goed oplet, kun je precies zien welke kunstschatten zij gefinancierd hebben. Zo vind je onder andere eikenbladeren achter de naakte mannen op het plafond van de Sixtijnse Kapel – eksterogen of een verrekijker is wel een must – en gouden eikels op het portret van Julius hiernaast.

Beroemdste plafond
Niet alleen Bramante en Rafaël werden groot onder Julius II, ook Michelangelo heeft veel van zijn roem te danken aan de ‘renaissancepaus’. Julius wilde de hofkapel van zijn oom Sixtus, oftewel de Sixtijnse Kapel, wat meer sjeu geven. Op aanraden van Bramante zou hij Michelangelo opdracht hebben gegeven het plafond te beschilderen. Niet omdat Bramante zijn grote concurrent deze klus gunde, maar omdat hij dacht hiermee Michelangelo voor het blok te zetten. De jonge beeldhouwer had destijds nog geen kaas gegeten van muurschilderingen. Niet bepaald slimme zet van Bramante, bewijst de geschiedenis. Het plafond is vandaag een van de beroemdste plafonds ter wereld. Michelangelo sloot zichzelf vier jaar lang op in de kapel. Hier schilderde hij driehonderd figuren op ruim 534 vierkante meter plafond, liggend op een steiger. In opvallende kleuren zodat de Bijbelverhalen goed zichtbaar waren bij het bleke kaarslicht.
Ondanks dat Michelangelo een meesterwerk neerzette, en bovendien ook de opdracht kreeg om de graftombe van Julius te maken, lagen de kunstenaar en de paus elkaar helemaal niet. Michelangelo beweerde dat de paus hem te weinig betaalde – wat volgens deskundigen meer zegt over Michelangelo’s gierigheid. Julius klaagde op zijn beurt steeds dat de kunstenaar veel te sloom was. ‘Is het al klaar?’ klom hij zeurend naar boven. Waarop Michelangelo dreigde de paus van de steiger te werpen.

Julius II overleed na een kort ziekbed in 1513. Zijn grafmonument met een beeld van Mozes, vervaardigd door Michelangelo, is te zien in de San Pietro in Vincoli. Zelf ligt hij echter samen met zijn oom Sixtus IV begraven in het Vaticaan.

Dit artikel is gepubliceerd in de magazine De Smaak van Italië, juli 2020