Een Romeins gezegde luidt: cerca’ Maria pe’ Roma (zoeken naar Maria in Rome), wat zoveel betekent als zoeken naar een speld in een hooiberg. De oorsprong ervan gaat terug naar een afbeelding van Maria, waarin de Heilige Maagd ooit op miraculeuze wijze met haar ogen zou hebben gedraaid. Pelgrims gingen eeuwenlang naarstig naar haar op zoek, maar tussen alle Maria’s in de stad − en bovendien goed verstopt in een onopvallend steegje − was (en is) ze praktisch onvindbaar. Ik kan me aardig inleven in die pelgrims; mijn zoektocht naar een man verloopt hier net zo hopeloos.
Hierbij moet ik echter eerst een kanttekening maken: al voor mijn vertrek naar Italië riep ik dat ik nooit met een Romein zou eindigen. De kans dat ik hier mijn aanstaande ga vinden, acht ik namelijk heel klein. Veel Romeinen voldoen gewoonweg niet aan de paar piepkleine eisen die ik aan de ware stel. Ik respecteer ieders smaak, maar zelf heb ik het niet zo op tatoeages, sieraden of gelikte kapsels. Ook val ik niet in katzwijm bij het horen van een paar complimenten of een loeistrakke zwembroek. Als je alle bezette vissen dan ook nog eens weglaat, zwemt er nog maar bedroevend weinig in de zee.
Inmiddels zijn we een paar jaar verder en vond ik het tijd voor actie: die leuke Romein moet toch ergens rondlopen? In een opwelling schreef ik me in bij de golfclub. Ten eerste omdat een sport waarbij je niets aan je conditie hoeft te doen, me als muziek in de oren klinkt. Ten tweede leek me dit een geschikte plek om mijn voelsprieten eens uit te steken. En, warempel, lang hoefde ik niet rond te kijken; mijn instructeur blijkt een knappe, charmante en vrijgezelle (!) man. Zonder, op het eerste oog, versiering op of aan het lichaam en geen gek David Beckham-kapsel − sterker nog, hij heeft helemaal geen haar. Dit varkentje zou ik weleens even wassen, pochte ik bij vriendinnen. De volgende les deed ik nét iets beter mijn best om er goed uit te zien. Ik trok een blauw shirtje uit de kast dat goed kleurt bij mijn lichte ogen. Die swing, daar zou de beste leraar niet eens meer naar omkijken, lachte ik in mezelf.
Alleen was er één maar, deze kleur is wel erg gevoelig voor zweetplekken. ‘Je Nederlandse oksels houden het nooit droog in de drukkende hitte van de Romeinse stadsbus’, waarschuwde een stemmetje in me. In de haast kwam ik met een lumineus idee: snel pakte ik twee inlegkruisjes en plakte die in de oksels van mijn shirt. Als ik geen gekke bewegingen maakte, zou niemand wat zien. Op de golfclub zou ik ze er (ongezien) weer uit halen en met een egaal blauw shirt op de baan verschijnen. Het plan liep perfect. Dacht ik.
Tot ik weer thuis kwam en even een plens water in mijn gezicht gooide. Bij het grijpen naar een handdoek zag ik in mijn spiegelbeeld twee witte maandverbanden uit mijn shirt steken. Ik was ze totaal vergeten eruit te halen! In paniek deed ik nog wat golfbewegingen voor de spiegel: zag je het echt?! Ja, een blind paard zou dit nog zien. De leraar heeft er nooit iets van gezegd, maar op die golfclub wordt geen varkentje gewassen. Althans, niet door mij. Mijn zoektocht naar ‘Maria in Rome’ gaat voorlopig nog even door.
Deze column verscheen in november 2018 in magazine De Smaak van Italië.
