Dit artikel is gepubliceerd op 3 juni 2013 op oudnieuws.net
Wat zegt meer over de Nederlandse cultuur: haring en klompen of de afhaalchinees en Birkenstocks? Als je het aan mij vraagt die laatste twee. Toch is er geen toerist die daarnaar op zoek gaat. Zij fotograferen liever een Nederland dat niet meer bestaat.
Overal ter wereld vind je ze: toeristische trekpleisters die ver buiten de werkelijkheid staan. Waar komt dit vandaan? Waarom willen toeristen hier zien hoe klompen op ambachtelijke wijze worden gemaakt, terwijl dit beroep al lang is uitgestorven? Waarom gaan ze massaal in klederdracht op de foto, terwijl niemand op straat dit nog draagt?
Het tijdsvlak waar toeristen zich veelal in laten plaatsen, vertoont opvallend veel overeenkomsten over de wereld. Zij krijgen blijkbaar het gevoel nog iets van de ongerepte cultuur mee te pikken, wanneer ze zich in de negentiende eeuw wanen. Die relatief korte reis door de tijd heeft voor een deel te maken met geloofwaardigheid. Niemand denkt immers dat de verklede Romeinen rondom het Colosseum ook zo op familiefeestjes verschijnen. Bij een man in een alpine lederhose is dat best aannemelijk. Voor het andere deel heeft dat te maken met de gevolgen van de industriële revolutie. De komst van massaproductie, het verdwijnen van ambachten, een explosieve groei van de steden, verkorte reistijden en een daarmee groeiende culturele uniformiteit, ontwrichtten het traditionele leefpatroon en de volkscultuur. De regionale en nationale identiteit veranderden aanzienlijk en daar was niet iedereen even blij mee.
In Europa werden eind negentiende eeuw alle zeilen bijgezet om het leven van voor de revolutie niet verloren te laten gaan. Musea gingen elementen van het oude Nederlandse boeren- en vissersleven tentoonstellen. In eerste instantie om de identiteit te bewaren, maar al gauw ook voor marketingdoeleinden. Bezoekers smulden van dit (bijna) vervlogen, primitieve leven.
In 1895 werd op de Wereldtentoonstelling in Amsterdam een oud-Hollands stadje nagebouwd van gips en linnen. Dankzij grote architecten als Cuypers (bekend van het Centraal Station Amsterdam en het Rijksmuseum) en Berlage (Beurs van Berlage) ademde dit nepstadje, inclusief een oud-Hollandse kermis, een ‘echt’ Nederlandse sfeer. De architecten creëerden echter op deze manier een beeld van Nederland dat al tijden niet meer reëel was. Dat werd nog eens versterkt met ansichtkaarten van kaasboeren en vissersvrouwen in klederdracht, die bezoekers wereldwijd verstuurden.
Tot op de dag van vandaag is dit nog altijd ons visitekaartje. En elke dag struinen groepen Japanners, Amerikanen en nog meer nationaliteiten door Volendam om dit beeld dat ze hebben van Nederland voor zichzelf te bevestigen.
Vaak verbaasde ik me dat mijn buitenlandse vrienden koste wat kost het ‘authentieke’ Nederland wilden zien. Totdat ik me bedacht dat ik me er zelf ook schuldig aan maak. Als ik in een dorpje in Zuid-Frankrijk kom, wil ik ook een kromme opa met baret en baguette zien. Ik wil geen croissant bestellen bij een getatoeëerde bakker die lijkt op Dries Roelvink en latin hip hop heeft op staan. Dat past niet bij mijn beeld.
Onlangs las ik een interessant artikel over deze kwestie in Zuid-Afrika. Hierin vertellen historici en antropologen dat toerisme een grote bron van inkomsten is voor het land. Om die bron vruchtbaar te houden, geven ze toeristen precies wat ze willen: het Afrikaanse imago dat Europeanen hebben verspreid tijdens het koloniale bewind – en in hun gedachte nooit is veranderd. In KwaZoeloe-Natal worden daarom hele Zoeloedorpen uit de grond gestampt, waar je volksdansen en bijzondere rituelen live kunt aanschouwen. In cultural village Lesedi kun je tevens logeren in ‘traditionele’ lodges, versierd met Afrikaanse printen en voorzien van de luxe die de westerling van een vakantie verlangt. ‘Authenticiteit’ zonder geiten naast je bed, maar mét inloopdouche en ligbad. Een ervaring die de Zuid-Afrikaanse schrijvers van het artikel ‘disneyficatie van het verleden’ noemen. Oftewel, de geschiedenis op een sprookjesachtige manier als het heden aan bezoekers voorschotelen.
In Nederland verheerlijken we dat verleden met trekpleisters als de Zaanse Schans, waar je zo de werkplaats van de klompenmaker binnenloopt. Maar een alternatief klinkt me nu ook niet bepaald als muziek in de oren. Want wat zou je doen om mensen kennis te laten maken met onze huidige cultuur? Ik zou haast willen zeggen: ga naar Almere Muziekwijk. Bestel bij de plaatselijke chinees on-authentieke gerechten als fu yong hai en babi pangang. Rij een rondje door een Vinex-wijk en sluit de dag af met een concert van de oer-Hollandse Toppers (brrr). Dan heb je ongeveer een idee van hoe de Nederlandse cultuur écht is.
Wellicht wordt het ooit een gat in de markt: een fotostudio waar je toeristen, gekleed in een witte driekwart legging, fletse regenjas en een paar Birkenstock-sandalen, vrolijk met een enorme plastic leverworst op de foto ziet gaan. Uiteraard tegen een absurd hoge prijs. Van disneyficatie is dan in ieder geval geen sprake…
