Een paar weken terug vroeg een oudere man op de golfclub mij wat ik zo leuk vind aan wonen in Rome. ‘C’è sempre tanto da scopare’ antwoordde ik. Waarmee ik tegen deze brave man in rode pantalon doodleuk zei dat er in Rome altijd veel valt te… Nou, zoek de betekenis van ‘scopare’ zelf maar even op. In werkelijkheid bedoelde ik scoprire, ‘te ontdekken’. Godzijdank, verbeterde ik mezelf meteen en de grijsaard kon er smakelijk om lachen. Zo smakelijk, dat hij me nog altijd een dikke knipoog geeft als ik hem tegenkom.
Dat Romeinse mannen niet vies zijn van een beetje flirten, was nooit een verrassing. Maar ik leer nog altijd van wonen in een andere stad en in een ander land. In het begin ontdekte ik vooral onbekende musea en wijken die de moeite waard zijn, tegenwoordig bespeur ik steeds vaker onontdekte kanten van mezelf. Waar ik aanvankelijk het Romeinse verkeer met argusogen bekeek, ben ik vandaag misschien wel de meest asociale bestuurder op het wegdek. En stond ik eerst in elke trage wachtrij mezelf op te vreten, blijk ik ineens te beschikken over een (voorheen diep weggestopt) engelengeduld.
Aangezien het Romeinse leven me steeds beter afgaat, leek het me tijd worden om het allerbelangrijkste aspect hiervan te omarmen: de keuken. De échte Romeinse keuken, oftewel orgaanvlees. Het begon met levertjes, die ik oké vond, verrassend genoeg. Stap 2 was koeienmaag in tomatensaus. Niet aan mij besteed. Bij stap 3, het schaaltje nervetti (kraakbeen en peesjes), gaf ik er de brui aan.
Dat deze poging tot culinaire integratie stroefjes verliep, vond ik prima. Mijn plan voor januari was tenslotte om qua calorieën te compenseren met de feestmaand ervoor. Maar een nieuwe ontdekking gooide roet in het eten. Afgelopen week probeerde ik iets waarvan ik altijd dacht dat het ongelooflijk smerig moest zijn: pizza met Nutella. Inmiddels heb ik er al een stuk of vier met smaak opgegeten ̶ ach, die compensatiemaand was toch al een missione impossibile. Ter verduidelijking: deze pizza is niet, zoals Andre van Duin het zou omschrijven, een ronde schijf met kaas en veel tomaten, maar een pizza bianca (de Romeinse variant van de focaccia) gevuld met Italiës beroemdste hazelnootpasta en bestrooid met poedersuiker. Wellicht loopt het water je nog niet in de mond, maar geloof me, deze (calorieën)bomba is verrukkelijk.
Er valt veel te ontdekken en te leren in Rome, daar ben ik nog lang niet klaar mee. Mijn lijstje musea, historische spots en restaurants wordt elke week langer. Bovendien wil ik nog als een ware Romein mijn auto kunnen repareren met plakband, met een scooter durven rijden in de spits of de bar in lopen en overtuigend ‘Aho!!’ roepen (dialect voor ‘hey’, dat ik op een of andere manier niet kan uitspreken). Maar voordat ik me aan dit laatste ga wagen, lijkt het me verstandig om eerst het Italiaans volledig te beheersen. Want hoe je onbedoeld pikante opmerkingen maakt tegen oudere mannen, heb ik al van mijn lijstje mogen strepen.
Deze column werd in januari 2018 gepubliceerd op desmaakvanitalie.nl
