‘Je ontvangt alles wat je maar wenst’, verzekert een vriendin me. ‘Daar waar je je op focust, wordt vergroot.’ Ze heeft het over de wet van aantrekkingskracht. Je leven zou er totaal door veranderen. Nu ben ik op zich hartstikke tevreden, maar toch wekt het mijn interesse. Ik moet binnenkort op zoek naar een nieuw huis in Rome, dus een beetje hulp van het universum kan geen kwaad. Ik vraag er meteen een tuin bij. De mogelijkheden zijn immers grenzeloos, zo beweert ze.
En warempel, het lijkt te werken. Na amper twee uur rondbellen en zoeken op internet, belt een onbekende man mij. ‘Liselotte, ik heb een huis voor je.’ Het blijkt in een van mijn favoriete wijken te liggen en bovendien mét een grote tuin. Alleen de huur ligt ruim boven mijn budget, leg ik de wildvreemde man uit. ‘Nessun problema. Jij bent Nederlands, dus ik heb hier een goed gevoel bij. Je kunt er direct in, tegen de prijs die jij ervoor wil betalen.’ Twee dagen later trek ik op mijn nieuwe terras een flesje wijn open. Was het de wet die me hielp of het feit dat mijn Italiaanse huurbaas gewoonweg het volste vertrouwen heeft in Nederlanders? (Een punt waarover ik hem graag nog eens wil adviseren.)
Een half uur na ons gesprek staat hij weer voor de deur: ‘Heb je misschien een teentje knoflook voor me?’ (Is dit het equivalent voor ons ‘kopje suiker’?)
Wat maakt het uit? Ik pak mijn laptop erbij en google ‘law of attraction’. Boven in beeld verschijnt een video ‘Become a men magnet overnight’. Mijn ogen beginnen te twinkelen. Ik bedoel, wie wil er nu niet de mannen van zich af moeten slaan? Een kwartier lang moet ik diep ademhalen, waarbij ik, precies volgens de instructies, hardop tegen mezelf zeg dat ik onweerstaanbaar ben. ‘Imagine the man of your dreams’, fluistert ondertussen een weeïge stem in het filmpje. Het voelt totaal belachelijk. Maar ach, baat het niet, dan schaadt het niet.
De volgende dag klopt mijn nieuwe buurman aan voor een kennismaking. Een half uur na ons gesprek staat hij weer voor de deur: ‘Heb je misschien een teentje knoflook voor me?’ (Is dit het equivalent voor ons ‘kopje suiker’?) Ik druk een hele bol in zijn hand en wens hem een fijne avond. Net op het moment dat ik op de bank wil ploffen, staat hij weer voor de deur. Met een bakje bramen dit keer. ‘Deze heb ik dit weekend geplukt en dacht dat je die misschien ook wel lekker vindt.’ En het houdt de komende dagen niet op: de barista op de hoek nodigt me uit in zijn vakantiehuis in Puglia, een andere buurman vraagt me mee uit eten, ik krijg een vriendschapsverzoek op Facebook van de man naast me in het restaurant (hoe dat is me een raadsel) en de taxichauffeur legt zijn hand op mijn knie (bah).
De wet werpt zijn vruchten af, zou je zeggen. Maar het probleem is dat de gemiddelde leeftijd van deze mannen de Nederlandse pensioenleeftijd ruim overstijgt. Heb ik tijdens de meditatie niet goed geademd? Heb ik per ongeluk aan Vader Abraham gedacht? Of denken de Italiaanse mannen in mijn nieuwe buurt gewoonweg dat een blonde, Nederlandse dertiger wel te porren is voor een avondje met een temperamentvolle mediterraan van in de zeventig? Misschien is Rome wel niet de ideale stad om een mannenmagneet te zijn.
Een paar dagen later is het helemaal gedaan met de pret. Tijdens een borrel slaat een vreemde man zijn arm om me heen. Hij vertelt een onsamenhangend verhaal, terwijl ik voorzichtig probeer uit zijn houdgreep te komen. Als ik eenmaal verlost ben en de man in het niets is verdwenen, voel ik dat mijn telefoon weg is uit mijn zak. De maat is vol. Ik hoef geen magneet meer te zijn. Voorlopig focus ik me op zon, wijn en pasta. Daar heb ik hier geen wet voor nodig.
Column voor magazine De Smaak van Italië, november 2019
